Compositum

4 Simon

Kort Amerikaans

torsIk las deze Wolkers klassieker al eens en vergat behalve de details ook de grote lijnen. Gisteren het boek weer eens uit de kast getrokken en in één adem uitgelezen. Ik denk het verhaal deze keer beter begrepen te hebben.

Hoewel Wolkers’ stijl door de jaren heen wel enigszins veranderde, bleven zijn thema’s praktisch ongewijzigd. Onderwerpen als religie, kunst, dood, verderf en noodlot keren in elke roman terug en staan ook in dit boek centraal.

Het verhaal speelt tegen de achtergrond van WO ІІ en beschrijft het leven van de adolescent Erik van Poelgeest, die in zijn queeste naar liefde en lustbeleving er enkel in slaagt mensen van zich af te stoten. Het feit dat hij zich hiervan bewust is, maakt hem tot een lamentabele protagonist.

Je bent geneigd hem te waarschuwen: zie toch wat je veroorzaakt met je afstandelijke houding en je vooronderstellingen. Je bent bezig je eigen graf te graven… Mensen geven om je. Open je ogen man; de wereld ligt aan je voeten. Waarom zie je dat nu niet… Helaas, de lezer staat even machteloos als de jongeman zelf.

Ten gevolge van een ongeluk in zijn kindertijd draagt Erik een litteken op zijn linkerslaap. Gesmolten lood en kokend water hebben hem verminkt. Hij veronderstelt dat dit esthetisch ongerief hem belemmert in het beleven van liefde. Hoewel dit niet het geval is, gelooft hij hier zo heilig in dat zijn overtuiging evengoed resulteert in een eenzaam en liefdeloos bestaan. Tot overmaat van ramp meet zijn vader hem een kort Amerikaans kapsel aan, waardoor het litteken dat hem zo dodelijk onzeker maakt, ook nog eens onnodig in het zicht valt.

‘Kort Amerikaans zeg je maar. Je denkt zeker dat het geld me op m’n rug groeit. Het geld niet, maar de kinderen wel, dacht hij grimmig. Het moest verboden worden om zoveel kinderen te krijgen dat je het niet meer kunt overzien. Na ieder kind moest bij de vader een bal weggehaald worden. Dan was het na twee afgelopen.’

Het vriendinnetje Ans, met wie Erik verkeert, is met haar vrome achtergrond en jonge leeftijd niet in staat aan zijn verwachtingen te voldoen. Hij forceert haar niettemin tot het hebben van seks met hem en keert haar vervolgens de rug toe. ‘Hij sloeg zich op zijn linkerslaap. Het is hierom, hierom! Ik weet het wel, je bedondert mij niet. Je wil zo’n jongen met van die keurig gekamde haren en van die glimmende kaarslichte ogen. Donder maar op naar je vrome Jezus!’

Elly, het Joodse meisje met wie hij samenwerkt, toont eveneens haar onverbloemde interesse in hem. Zij is ondergedoken bij een oudere man en vrouw, bij wie zij beiden een betrekking hebben. Ze beschilderen er lampenkappen met zeventiende-eeuwse zeeslagen. Echter, ook voor haar schaamt hij zich te zeer om zich volledig bloot te geven.

De enige vrouw, zo stelt hij, die hem niet veroordeelt omwille van zijn uiterlijk, is geen vrouw van vlees en bloed, maar de gipsen tors, welke hij aantreft in een van de ruimtes van de academie waar hij in zijn vrije tijd schildert. De academie is een verkapt nazi bolwerk, waarbinnen hij zich tegen alle logica in relatief veilig waant.

Erik krijgt een grote slag te verwerken wanneer zijn oudere broer sterft aan difterie. Het bevestigt hem in zijn afkeer van God. ‘Ik kan het niet geloven, met de beste wil van de wereld niet. Mijn ongeloof in God is mijn enige houvast aan hem.’

Wanneer de geallieerden voet aan de grond krijgen en de nazi’s van de academie wegvluchten, krijgt Erik de sleutel. Hij neemt er zijn intrek en verzoekt Elly bij hem te komen wonen. Wanneer zij maanden later met haar koffers voor zijn deur staat, is het voor Erik te laat. Hij verlangt niet langer naar haar zachte, roze vlees en neemt andermaal zijn toevlucht tot het gipsen vrouwenbeeld.

Elly, getuige van dit tafereel, gooit in een vlaag van frustratie de tors aan gruzelementen. Blind van woede slaat Erik zijn handen om haar hals en keelt haar. Niet veel later arriveren enkele verzetsstrijders. Vanuit het leerlingenatelier pakt Erik een antiek geweer uit de kast. Wanneer hij richt op een van de mannen, schiet deze zijn gezicht vol met lood.

Een bijzonder triest verhaal, waarin de eenzaamheid van een jonge man centraal staat. Het gemis aan liefde tekent heel zijn leven. In plaats van ten strijde te trekken en de goede dingen in het leven te omarmen, geeft hij zich over aan zijn onvermogen. Het troosteloze vooruitzicht ten tijde van de oorlogsjaren benadrukt deze moeilijk te bestrijden onmacht.

Het giftige element lood speelt een belangrijke rol in dit verhaal. Het litteken dat voor Erik synoniem staat aan dood en verderf, werd veroorzaakt door een loden fluitketel. Het vergiftigt zijn leven. De angst voor de Duitse soldaten, verweven doorheen heel de roman, blijkt uiteindelijk onterecht. Het zijn de Duitsers die hem gelegenheid bieden te schilderen en het zijn de geallieerden die hem met kogels van het leven beroven. Het lood wordt hem andermaal noodlottig.

De roman staat bol van autobiografische elementen. Het ongeluk met het keteltje, het litteken tengevolge daarvan, de korte haardracht, de streng gereformeerde ouders, het beschilderen van lampenkappen, de Leidse schilderacademie “Ars Aemula Naturae”, de dood van de oudste broer ten gevolge van difterie. Wolkers beschrijft zijn eigen jeugdjaren, waarmee een waarlijk overtuigend verhaal wordt neergezet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 19 juli 2010 door in Persoonlijk, Uit mijn boekenkast.

Archief

Blog statistieken

  • 8.933 hits

Laat je e-mail adres achter om Compositum te volgen

Voeg je bij 6 andere volgers

%d bloggers liken dit: