Compositum

4 Simon

Stormschade

lilithIk wacht. Op informatie van mijn werkgever waar ik anderhalve week geleden om vroeg. Op de uitnodiging van de psycholoog (waar was ik met mijn gedachten?) Ik wacht op de storm die mijn hoofd heeft verlaten, waardoor ik me vreemd leeg en toch ook rustig voel.

Het kan toch niet bestaan dat de storm nu wegblijft? Als het wel zo is, kan ik binnenkort eens voortmaken met het opruimen van de puinhoop die ze achterliet. Ze, want ze noemde Lilith en was een deel van mij. Ze was destructief en nietsontziend. Nu ze weg is, mis ik haar.

Relativeren is een toverwoord. Het is een kunst die je moet verstaan. Elk mens kan het leren, denk ik. Je hoeft de wereld maar te observeren om te beseffen dat het per definitie beroerder kan, dat er mensen zijn zonder geld, zonder dak boven het hoofd. Paria’s die het zonder liefde moeten stellen, dissidenten die hun leven niet zeker zijn.

Hoe mijn eigen omstandigheden zich verhouden tot die van een ander, op welk moment ook, is geen maatstaf. Ik heb er geen baat bij, ga me er ook niet slechter door voelen. Het zegt me over het algemeen net zo weinig als het eerste beste schilderij van Mondriaan. Een vergelijking is per definitie abstract en daarmee voor mij onbetekenend.

Wanneer mensen informeren naar mijn welzijn, opper ik steeds maar dat het wel gaat. Het liefst zou ik volmondig “goed” roepen, maar dan ben ik niet eerlijk. Het eerste impliceert dat het beter kan, wat ook zo is, maar dat vraagt dan weer om tekst en uitleg. Ik praat niet graag over mezelf. Zeker niet over negatieve emoties.

Het is frappant zoveel mensen als ik spreek, die met het verschijnsel bekend zijn. Soms vanuit hun directe omgeving, vaak zijn ze zelf ervaringsdeskundig. ‘Neem de tijd hoor!’ roept iedereen. Ook zij die geen weet hebben van wat zo’n storm kan aanrichten. ‘Niet weer gaan werken tot je alles voor jezelf op een rijtje hebt.’

De bedrijfsarts drukt me almaar op het hart dat ik mijn sores moet oplossen, voordat ik denk over terugkeren. De laatste keer dat ik hem sprak, meldde hij laconiek: ‘De ziektewet duurt twee jaar.’ Daar durf ik niet eens over na te denken… Ik voel me schuldig omdat ik al bijna een maand thuis zit. Het doet me waanzinnig goed en daarover voel ik me zo mogelijk nog schuldiger.

Het simpele gegeven dat ik weer tijd heb om te leven, om te doen waar ik voorheen niet aan toe kwam, of waarvoor ik simpelweg de rust niet vond. Er is geen druk, geen tijdsspanne. Geen werk om mee naar huis te nemen. Er is slechts het voortdurende besef dat ik de maatschappij een poot uitdraai. Maar dan… hoe vaak naaide dezelfde maatschappij mij geen oor aan?

Ik heb al een voorzichtig begin gemaakt met het verwijderen van de wrakstukken. Veel stukken zijn nog bruikbaar, daarmee kan ik heropbouwen. Sommige zijn onherstelbaar verwoest, daarvan neem ik afscheid. Mijn eerste doel is het construeren van een stevig fundament, zodat een volgende keer het risico op volledige instorting minder groot is.

Als het zover is, openbaar ik mezelf opnieuw aan de wereld. ‘Hier ben ik weer,’ zal ik zeggen. ‘Maar ik ben niet meer dezelfde als vroeger.’ En als men om tekst en uitleg vraagt, zal ik antwoorden: ‘Ik ben geen beter of slechter mens. Ik ben een gelukkiger mens in een onveranderde wereld.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht is geplaatst op 18 april 2010 door in Persoonlijk.

Archief

Blog statistieken

  • 8.933 hits

Laat je e-mail adres achter om Compositum te volgen

Voeg je bij 6 andere volgers